Biestmelk

Het Sterrebornehof

 

Een veulen zonder antistoffen, zal in zijn eerste levensdagen of -weken levensbedreigende infecties ontwikkelen. Aangezien er geen weerstand is, zal het veulen hier zonder externe hulp aan overlijden. De eerste tekenen zijn vaak opgezette gewrichtjes.

 

Anders dan bij de mens, moet het veulen zo snel mogelijk zijn antistoffen opnemen via de eerste melk, de biestmelk.

Antistoffen zijn de interne beschermings'cellen' tegen virussen en bacterieën. Een merrie bouwt continue afweer (antistoffen) op tegen de kiemen die zich in haar omgeving bevinden. Daarom raadt men aan om een merrie 30 dagen voor de bevalling over te brengen naar de stal waar ze zal bevallen. Op die manier kan ze haar afweer afstemmen op de omgeving. De omgeving waar het veulen zijn eerste dagen zal doorbrengen.

 

Goede biestmelk die goed wordt opgenomen door het veulen, zorgt gedurende 4 - 5 maanden voor bescherming van het veulen.

Door de merrie optimaal te vaccineren kan je het gehalte aan antistoffen optimaliseren. Onze merries worden dan ook regelmatig gevaccineerd tegen rhinopneumonien griep en tetanus. Als gevolg hiervan zijn onze veulens de eerste zes maanden beschermd.

 

Het veulen wordt geboren zonder bescherming maar via het darmvlies neemt het de antistoffen op uit de biestmelk. Deze opname vanuit de darm verloopt optimaal gedurende de eerste 6 levensuren. Maw. het is aangeraden dat het veulentje goed drinkt binnen de eerste 3 uren na de geboorte.

 

Soms gaat het mis. Een merrie geeft niet steeds voldoende afweerstoffen door in haar biestmelk, dan spreken we van 'slechte kwaliteit' biest. Een merrie die al enkele dagen voor de bevalling melk laat druppelen, verliest haar biestmelk. Een hoogdrachtige merrie die ondervoed is, kan ook geen goede biestmelk produceren.

 

 

 

 

 

De opname moet ook mogelijk zijn. Een merrie die een eerste maal veulent, of een merrie die stress heeft, zal soms haar veulen niet tijdig laten drinken. Ze zal bv niet mooi blijven staan waardoor het veulen haar uier niet kan vinden.

Het kan gebeuren dat het veulentje niet snel genoeg recht komt, de uier niet vindt, misschien heeft het pijn in de hals waardoor het de techniek niet vindt om effectief de tepels met de lippen te omvatten.

 

Let er goed op dat het veulen effectief slikt (dat zie je ter hoogte van de keel, tussen het uiteinden van de twee kaaktakken). Veulentjes kunnen veel slobber geluidjes maken en de melk loopt langs de lippen de grond op, zonder dat ze effectief slikken.

 

Lukt dit allemaal tijdig, dan moet de overdracht vanuit de darm ook goed verlopen. Daarom is het aangeraden, eens het veulentje 12uur oud is, een antistoffen test uit te voeren op een bloedstaaltje. Alleen zo ben je zeker dat je veulentje beschermd is.

 

Heb je een merrie die al eens een veulentje verloor in de eerste dagen na de bevalling, hou dan zeker biestmelk achter de hand.

 

Biestmelk afkomstig van merries is optimaal voor veulentjes. Vaak vind je in de handel gedroogde biestmelk op basis van koemelk.

 

Zodra het veulen slikreflex begint te vertonen na de geboorte kan je het met een flesje (speentje is iets langer dan een kinderspeen) het laten drinken en alzo de noodzakelijke biest laten opnemen. Met pauzes van 10 - 20' biedt je telkens terug een flesje aan. Hoe meer hoe beter.

Hengstjes hebben een smaller bekken waardoor het voor hen moeilijker is om de eerste mest, het meconium, kwijt te raken. Lukt het om deze veulentjes extra veel biestmelk te laten drinken, dan is deze eerste mest veel zachter en verstopt het minder. Meconium kan harde bollen vormen die blijven steken voor de bekkeningang. Bij obstructie vertoont je veulentje koliek (rollen, op de rug gaan liggen met de voorbeentjes gekruist of omhoog langs hun oren). Soms is een operatief ingrijpen noodzakelijk om de verstopping weg te nemen. Dit is een zware operatie.

Copyright © All Rights Reserved